De wandeltrainingen zijn bedoeld om de loop, klim en daalspieren in zo optimaal mogelijke conditie te brengen of te houden. Bij het lopen van een route, spelen loopsnelheid, afstand, hoogteverschil en beloopbaarheid van de ondergrond een belangrijke rol.

In het Zuid-Limburgs Heuvelland en Belgische gebieden als de Voerstreek, Land van Herve en Ardennen, heb ik dagvullende routes uitgezet van 6,5-7u met afstanden van ca 27 km, in de meest mooie, maar ook meest ruige delen; maximale hoogteverschillen en/of moeilijk beloopbare ondergrond zijn hierbij gegarandeerd.

De hoogteverschillen variëren per route van ca 300 tot 1100 hoogtemeters (hm) en zijn de optelsom van alle hoogtemeters. Het totale aantal hoogtemeters kan tot stand komen uit het totaal van veel flauwe hellingen, maar ook uit de optelling van enkele zeer steile hellingen. De paden kunnen per route eveneens sterk variëren, maar ook zelfs in één route. Zo zijn er Ardense routes in drassige veengebieden met veel modder, bloot liggende boomwortels, rotsstenen en weinig hoogte verschillen. In het Land van Herve daarentegen zijn er zeer steile hellingen op bos, en rotsachtige paden, met hier en daar ook modder en boomwortels. Elke route heeft zo eigen specifieke zwaarte en moeilijkheidsgraad.

Afhankelijk van conditie, ervaring en trainingsdoel van de deelne(e)m(st)er wordt aan al deze zaken uitgebreid persoonlijke aandacht besteed tijdens de route; en indien nodig ook voor en/of na de route. Het beoogde doel kan variëren van trainen voor de beklimming van de Kilimanjaro, de Mount Blanc, Elbrus, een Zwitserse 4000-der . . . Maar ook als voorbereiding op een Alpen Huttentocht, die dan weer kan dienen als basis voor een van de zo juist genoemde expedities of toppen.

De persoonlijke en/of algemene aandacht kan bestaan uit instructies of tips over loop en lichaamshouding, stand van de voeten, ademhaling, zowel bij lopen over vlak, stijgend en dalend terrein; dit alles eventueel gecombineerd met moeilijk beloopbare ondergrond. Tijdens het aanleren van de technieken die te maken hebben met lichaamshouding, ademhaling etc
zal het looptempo nog niet optimaal zijn; naarmate het toepassen van de juiste looptechnieken vordert zal dit aan de loopsnelheid ten goede komen.

Een streefdoel kan zijn om een route, met een lengte van 27 km en 1100 hm, met looppaden die af en toe moeilijk beloopbaar zijn, te lopen met een gemiddelde loopsnelheid van 5km/u. Als je de zo juist genoemde route met deze snelheid kunt lopen, weet je zeker dat je loop, klim en daalconditie optimaal getraind worden. Hoeveel trainingen hiervoor nodig zijn hangt natuurlijk sterk af van de persoonlijke beginconditie en ervaring. Meestal zijn daar meerdere trainingen voor nodig.